Ik en de frikandel gingen de warme lift in.
Vijf mensen stapten met mij naar binnen: vier mannen en een vrouw. Het was dinsdag, een kantoor dag en buiten was een hittegolf aan de gang.
Ik drukte op ‘deuren sluiten’.
Dat deden ze.
Verder gebeurde er niets.
Normaal stap je dan uit en doe je een nieuwe poging in een andere lift.
Maar de deuren gingen ook niet meer open.
Het bedieningspaneel was donker.
Ik ben zeer claustrofobisch.
In deze omstandigheden word ik niet de leukste van het gezelschap.
Wel daadkrachtig; ik drukte 3 x de alarmknop in. Een sirene loeide door de lift.
Er gebeurde niets.
Geen stem, geen geruststelling, geen contact, alleen zwarte wanden die terugkeken.
Ik ging op de grond zitten (met halal frikandel) want mijn benen begonnen een beetje te trillen. Dit was mijn ultieme nachtmerrie.
Buiten hoorden we mensen langslopen, roepen en lachen. Het leven ging gewoon verder en wij stonden gevangen in een benauwde droom naast de werkelijkheid.
Ik bonkte zwakjes op de deuren.
Er gebeurde niets. Ik bedacht dat ik het nummer van de receptie in mijn andere mobiel had zitten. Wat was het ook weer? Mijn mobiele glipte bijna uit mijn natte handen, maar ik kon niets vinden op Google.
Een jongeman in de lift was ook in actie gekomen. Hij belde – op speaker - het nummer van de liftfabrikant dat op de liftwand stond.
“Waar zit u vast?”
“In lift D”.
“Ja, maar waar, welke postcode?”
“Dit schiet niks op,” kefte ik door de lift. “Eer zij hier zijn, zijn wij allemaal dood.”
Nogmaals, mij kun je er goed bij hebben.
De jongeman wist de postcode niet.
“Is met iedereen alles goed? “Vroeg de vrouw door.
“Nee”, bralde ik vanaf de grond. “Er is een iemand met een paniekaanval”.
“Er is een iemand met een paniekaanval”, herhaalde de jongeman keurig.
De vrouw hing op.
Dat veroorzaakte een verbaasde stilte.
Ik belde intussen collega’s, verwilderd op zoek naar hulp.
Ze drukten mij allemaal weg.
Lunchtijd.
Ik had natuurlijk ook mijn frikandel, maar geen honger meer.
Of zou ik hem door zes delen?
De man die gebeld had, kwam wederom in actie.
“We kunnen nog maar een ding doen”, zei hij.
En voordat we konden vragen, wat dat dan was, liep hij naar de liftdeuren. Hij drukte ze als een Tarzan in de sportschool uit elkaar.
Het gewone leven (en de frisse lucht) stroomden de liftkamer in.
Soms is er weinig voor nodig een nachtmerrie te eindigen.